Nieuwe kansen voor Mobile School in Azië

Posted on 20-09-2012

AziëVijf aanvragen voor een mobiele school vanuit het Verre Oosten.

Een ideaal moment voor een prospectie bij de plaatselijke projecten en om wat meer te weten te komen over de leefwereld van straatkinderen in Nepal, India en Bangladesh. Rob Sweldens (medewerker Mobile School) trok er in juni 2012 naartoe. We lezen mee in zijn dagboek.

De een zijn dood, de andere zijn brood

Kathmandu, Nepal: Vier jongens banen zich een weg naar de plaats waar de lijkverbranding plaatsvindt. Ik ben in Pachupatinat, vlak bij één van de grotere hindoetempels van Kathmandu, op stap met een straathoekwerker. Een paar dagen geleden is een belangrijke rechter vermoord en vandaag vindt hier de verbranding plaats. Duizenden mensen verdringen zich om een laatste groet te brengen en de ceremonie bij te wonen.
De vier gasten die zich nu richting rivier reppen waren zonet nog bij ons, geconcentreerd bezig met wat puzzels en spelletjes die we meegebracht hadden. Maar nu is er werk aan de winkel: vaak worden sierraden en muntstukken onder de handen en op het lichaam van de overledene gelegd. Wanneer het lichaam verbrandt, komen deze kostbaarheden in de rivier terecht. En daar worden ze weer opgevist door de straatkinderen, zo vertelt ons de straathoekwerker.
Of hoe straatkinderen elke overlevingskans weten te benutten, continu creatief zoeken naar manieren om alweer een dag goed door te komen en er ons aan herinneren dat de ene zijn dood inderdaad de andere zijn brood kan
betekenen.

Ik bezoek vier organisaties in Kathmandu en leer bij over hun werking. Eén van de vier organisaties, SathSath, richt zich voornamelijk op straathoekwerk en lijkt een interessante partner voor een mobiele school. Ik loop een paar dagen met hen mee en leer meer over hun manier van werken en over de straatcultuur.
Terwijl de straatkinderen de dagelijkse strijd om een bestaan aangaan, organiseert de overheid ‘opruimacties’. In Thamel, het meest toeristische deel van Kathmandu, worden straatkinderen massaal opgepakt en 20 km buiten de stad
gedropt. Toeristen hebben recht op een propere stad.

Nepal

Kinderen die gedwongen worden om bij 47°celcius stenen te boetseren

Patna, India: Vandaag betogen de werkende kinderen tegen kinderarbeid! Ik ben in Patna, in het Indiase district Bihar. De optocht, bij een broeierige 47° C, is georganiseerd door onze gidsen in deze streek, de National Domestic Workers Movement, een organisatie opgericht door zuster Jeanne Devos. Zij helpen vooral jonge kinderen en minderjarige meisjes die misbruikt worden als goedkope huishoudhulpjes.
Meisjes worden vaak verkocht aan rijkere families om het huishouden te doen. Behorende tot de Dalits, de laagste kaste, hebben ze geen rechten, mogen niet aan eenzelfde tafel eten als andere mensen en hebben geen toegang tot onderwijs.
Op het platteland verkopen dorpsoversten hele families aan de eigenaars van steengroeven of andere fabrieken. Het contract kan enkel door de eigenaar verbroken worden. Officieel gedocumenteerde slavernij. De enkele kinderen die aan het jarenlange misbruik weten te ontsnappen, gaan op zoek naar de vrijheid en komen vaak in een grote stad op straat terecht.
Volgens de Indiase wetgeving is er geen kastesysteem meer. Domestic workers onder de 14 jaar zijn niet toegelaten. Er is een gewaarborgd minimumloon en een leerplicht tot 14 jaar. Officieel.

Vooral het werk in de steengroeven, treft me. Kinderen die gedwongen worden om bij 47°celcius stenen te boetseren, te bakken en te dragen, en aan wie elke toegang tot onderwijs ontzegd wordt De lokale organisatie kan nuna lang lobbywerk, een tweetal keer per week wat lessen geven aan de kinderen. Spelen, leren schrijven, rekenen… Maar vooral zorgen dat deze kinderen het recht hebben om kind te zijn. De mobiele school zou hier goed op haar plaats staan.

India

Zijn kleine broer heeft zelf een rolstoel geknutseld

Dhaka, Bangladesh: De jonge Abdul heeft zijn voet verloren onder een trein. Het belet hem niet lachend door het leven te gaan. Zijn kleine broer heeft zelf een rolstoel geknutseld en samen schuimen ze de perrons in het treinstation van Dhaka af op zoek naar een centje. In Dhaka, hoofdstad van Bangladesh schat men het aantal straatkinderen op meer dan 400.000. Het treinstation is de plaats bij uitstek voor veel straatkinderen: lege treinwagons vormen een ideale slaapplaats en elke volle wagon die het station binnenrijdt, biedt weer nieuwe kansen op inkomsten.

Ibrahim verkoopt hier dagelijks 150 kranten en verdient daar ongeveer 1 euro mee. Zijn jongere broer loopt met hem mee, op zoek naar plastieken flessen die per kilo verkocht worden. Twee keer per week is er even tijd voor iets anders. Leedo, de lokale organisatie die ik hier bezoek, brengt de ‘school under de sky’ naar de kinderen. Discussie, zang en spel doorbreken de dagelijkse sleur voor even. Een dertigtal kinderen laten het werk even voor wat het is en genieten van de rust. In een stad waar meer dan 400.000 kinderen leven en werken op straat en straatkinderen deel van het straatbeeld zijn geworden, is één mobiele school eigenlijk niet genoeg, maar het kan alvast wat helpen.

Bangladesh

Tot slot Nepal, India en Bangladesh. Ik vond drie lokale organisaties die fantastisch werk doen voor straatkinderen in deze landen. Drie plaatsen waar Mobile School in de toekomst veel zou kunnen betekenen met de creatieve onderwijsaanpak en materialen speciaal aangepast aan kinderen die op straat leven. We weten waar we de volgende jaren aan kunnen werken.