MOBILE SCHOOL  VZW    print contact sitemap cyberstreet
Mobileschool TV
Streetwize
 
 Straatkinderen - Wie

Overal

De lijmsnuiver in Nairobi, het schoenpoetsertje in La Paz, de Roemeense minderjarige illegaal in Antwerpen,... het zijn allemaal straatkinderen.
Ze trachten op straat te overleven en dit zonder enige bescherming van volwassenen. De banden met hun gezin zijn los of helemaal verbroken. Het kind moet zelf in zijn levensonderhoud voorzien. Tragisch genoeg blijkt ook de maatschappij hen de rug toe te keren en reageert zij niet enkel met onverschilligheid maar ook met fysisch en psychisch geweld op deze kinderen.



Leeftijd

De meerderheid van de straatkinderen is tussen de 7 en de 18 jaar oud, al vind je ook jongere kinderen en zelfs kleuters op straat, al dan niet in het gezelschap van hun tienermoeder. Vaak zijn er ook jonge twintigers die na jaren overleven op de stoepen nog met de groepen straatkinderen samenleven.


Jongens vs. meisjes

Op straat leven vooral jongens. Straatmeisjes zijn een minderheid. Een verklaring is dat het straatleven voor meisjes nog veel harder is dan voor jongens. Het is voor meisjes vaak ook een hogere drempel om de thuissituatie te verlaten.


Kinderen IN en VAN de straat

Binnen de groep straatkinderen wordt ook een onderscheid gemaakt tussen kinderen van de straat en kinderen in de straat. Vaak zijn deze laatste werkende kinderen: schoenpoetsertjes, verkopertjes,... Ze brengen de hele dag op straat door en keren 's avonds meestal nog naar huis terug om hun verdiende centen af te geven aan het gezinshoofd. Deze kinderen worden ook wel straatkinderen in voorbereiding genoemd, omdat ze een hoog risico lopen definitief op straat terecht te komen. Het is meestal een eerste fase in het straatleven.

Kinderen van de straat leven full-time op straat en hebben nauwelijks of geen banden meer met hun familie. Ze zijn volledig op zichzelf aangewezen en hun leven is vaak een voortdurende strijd om te overleven. Meestal leven ze in bendes en zijn ze emotioneel sterk gehecht aan het straatleven met zijn grote mate van vrijheid.

Tussen beide groepen zijn er nog heel wat verschillen in levenswijze en gedrag. De kinderen van de straat vertonen meer gezondheidsproblemen en een hoger risicogedrag dan de kinderen in de straat. Ze hebben meer te maken met druggebruik, prostitutie en geweld. Doordat ze ook meer gebruik maken van illegale activiteiten zoals stelen om te overleven, komen ze ook meer in contact met politie en gerecht. Het feit dat ze ook de nacht op straat doorbrengen maakt hen nog kwetsbaarder.

Terwijl sommige werkende kinderen nog af en toe naar school gaan, gaan de kinderen van de straat helemaal niet meer naar school. Eigenlijk zijn ze elke band met de maatschappij en haar socialisatiemechanismen verloren.

Dit onderscheid tussen beide groepen is in de werkelijkheid echter niet zo nauw te trekken. Bepaalde kinderen horen afwisselend bij de ene of de andere groep en ook bestaan er werkende kinderen die wel permanent op straat slapen of kan een straatkind dat normaal permanent op straat slaapt ook wel eens een periode terug naar huis gaan.


Straatfamillies

Naast deze twee groepen zijn er ook kinderen die op straat leven met hun familie. Het gaat vaak om kleinere kinderen, bijvoorbeeld peuters, wiens moeder op straat leeft. Deze kinderen staan dus nog onder bescherming van (een van) hun ouders. Maar het komt ook voor dat adolescenten op straat leven samen met hun ouders. Vaak staan deze jongeren dan in voor het inkomen van deze straatfamilies.


'Eigen keuze'

Vaak denken mensen dat straatkinderen verlaten kinderen of wezen zijn. Dit is slechts een kleine minderheid. De meeste straatkinderen zijn zelf thuis weggegaan door een complex samenspel van factoren.

image